Onderzoeksbeleid bij FLOT
Visie op onderzoek
In vijf jaar werkt Fontys Lerarenopleiding Tilburg (FLOT) met een duidelijke visie op onderzoek.
De betekenis van onderzoek voor onderwijs wordt bij FLOT in twee hoofdpunten samengevat:
- Het doen van praktijkonderzoek wordt beschouwd als professionele leerstrategie waarmee onderwijsgevenden en -leidinggevenden hun beroepsuitoefening kritisch evalueren en ontwikkelen. De hierbij verworven kennis wordt ook met anderen gedeeld.
- Onderwijsgevenden en -leidinggevenden maken gebruik van (ook recente) resultaten van wetenschappelijk en ander onderzoek op de voor hun beroepsuitoefening relevante gebieden.
De term 'onderzoek' wordt gebruikt als een overkoepelend begrip waaronder allerlei soorten onderzoek vallen, zoals wetenschappelijk onderzoek in uiteenlopende disciplines, onderzoek ten behoeve van overheidsbeleid, praktijkonderzoek als professionele strategie, onderzoek door leerlingen in het voortgezet onderwijs. Deze verschillende soorten onderzoek hebben eigen doelen en verschillen om die reden ook in opzet en reikwijdte.
Bij praktijkonderzoek als professionele leerstrategie is het doel: beter onderbouwd handelen (als individuele docent, team, school) en is de schaal van onderzoek daarop afgestemd (bijv. drie leerlingen, een eigen klas, de onderbouw van de eigen school). Binnen praktijkonderzoek wordt bij FLOT onderscheid gemaakt tussen actieonderzoek in de bacheloropleidingen (gericht op eigen actie, handelen in de klas) en praktijkonderzoek in de masteropleidingen (dat ook een schoolprobleem mag betreffen). Bij wetenschappelijk onderzoek is het doel: produceren van algemeen geldende kennis en is de reikwijdte daarop afgestemd. Er moet bijv. een representatieve keuze en voldoende groot aantal respondenten in het onderzoek zijn om iets te kunnen zeggen 'de havo-4 leerling' (d.w.z. alle havo-4 leerlingen van Nederland).
De lerarenopleidingen hebben op verschillende manieren met allerlei soorten onderzoek te maken (zie hieronder). Bij het gebruik maken van onderzoek (a, b, c) gaat het vaak om resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Praktijkonderzoek wordt door opleiders en (aanstaande) leraren gedaan als professionele leerstrategie. Opleiders (en leraren) kunnen daarnaast ook aan hun professionele ontwikkeling werken door wetenschappelijk onderzoek, bijv. in het kader van een opleiding, professional doctorate of promotie.
Het toekomstbeeld: onderzoek is een integraal onderdeel van de werkzaamheden bij FLOT
- Vakinhoudelijke kennis van opleiders is mede gebaseerd op de nieuwste wetenschappelijke inzichten in de diverse vakken. Opleiders houden dus hun vakgebied bij vanuit het perspectief van hun verantwoordelijkheid als opleider van leraren in het schoolvak. Ook onderzoeksmethodiek van het vakgebied hoort daarbij. Leerlingen moeten immers ook eenvoudig onderzoek leren doen.
- Vakdidactische kennis van opleiders is mede gebaseerd op de nieuwste wetenschappelijke inzichten in het leren in de diverse vakgebieden en het daarop toegesneden onderwijs in vo en mbo. Opleiders houden dus de didactiek van het schoolvak bij om een goede opleider van leraren in dat schoolvak te zijn. De didactiek is inhoud van het opleidingsonderwijs, maar is ook van belang voor de vormgeving van het opleidingsonderwijs (?teach as you preach?).
- Algemene onderwijskundige en pedagogische kennis van opleiders is mede gebaseerd op de nieuwste wetenschappelijke inzichten in deze gebieden. Opleiders houden dus de ontwikkelingen op deze gebieden bij om een goede opleider te zijn. Ook hier geldt het dubbele belang.
- In de lerarenopleidingen wordt (actie- en) praktijkonderzoek beschouwd als professionele leerstrategie, dus als een integraal onderdeel van een professionele beroepsuitoefening in het onderwijs, zowel in het werkveld van vo/mbo als in de lerarenopleidingen zelf. Vakdidactische, onderwijskundige en andere vraagstukken binnen het onderwijs zijn steeds thema?s voor praktijkonderzoek door studenten, leraren vo/mbo, en door lerarenopleiders. Daarbij maken ze gebruik van inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, als hiervoor benoemd.
- Innovatie in de opleidingen en praktijkonderzoek gaan vanzelfsprekend samen.Het gebruik maken van onderzoeksresultaten van anderen en zelf praktijkonderzoek doen zijn een vast bestanddeel van pilots als innovatiestrategie. De resultaten van pilots die blijken uit het betreffende praktijkonderzoek zijn de basis om te besluiten hoe verder: voortzetten, stoppen, bijstellen, verbreden.
- De lectoraten zijn het 'expertisecentrum' voor onderzoek.
Lectoraten hebben (landelijk) drie taakdomeinen:
- Onderwijs en scholing binnen de hogeschool, d.w.z. curriculumontwikkeling en docentprofessionalisering;
- Professionele praktijk, d.w.z. kennisontwikkeling, -circulatie en ?implementatie voor de beroepspraktijk; en
- Onderzoek/wetenschap, d.w.z. bijdragen aan de positionering van het onderzoek en de ontwikkeling van een onderzoeksklimaat binnen het HBO en bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek.
De gezamenlijke lectoraten van FLOT zijn, in nauw overleg met de lijnverantwoordelijken (directie, teamleiders, opleidingscoördinatoren), inhoudelijk verantwoordelijk voor:
- de scholing en ondersteuning van lerarenopleiders (bij FLOT en in de scholen) die is gericht op het begeleiden van studenten bij hun praktijkonderzoek en die geheel of mede wordt verzorgd door docenten onderzoek en/of docent-onderzoekers;
- de scholing en ondersteuning van - teams en individuele - opleiders (en leidinggevenden) van FLOT bij praktijkonderzoek als professionele leerstrategie, gericht op de ontwikkeling, innovatie en kwaliteitszorg van de opleidingen; daartoe behoort ook het vernieuwen van opleidingsinhouden op basis van onderzoeksresultaten;
- het aanbieden van scholing en ondersteuning aan scholen vo/mbo gericht op het (leren) uitvoeren en in de school organiseren van praktijk- en actieonderzoek door leraren en/of schoolleiding (verantwoordelijk voor schoolbeleid);
- eigen en gezamenlijk onderzoek naar praktijkrelevante vragen op het terrein van het lectoraat uitvoeren en daarmee bijdragen aan curriculumontwikkeling en professionalisering;
- ondersteunen of begeleiden van onderzoek door opleiders in het kader van masteropleidingen, professional doctorate of promotieonderzoek.
De gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt verdeeld over de inhoudelijke thema's van de lectoraten. Afhankelijk van hun inhoudelijke expertise dragen (associate) lectoren, opleiders en waar mogelijk ook studenten bij aan praktijkonderzoek en/of overkoepelend (wetenschappelijk) onderzoek naar dat thema.